Waarom de Schutterij heractiveren?
De volgende brief is in 2008 opgesteld om duidelijk te maken waarom de Schuttersgilden van Amsterdam voortgezet dienen te worden:

Voorwoord
Beste lezer,
Het gevoel ergens bij te horen.
Een binding hebben met je omgeving. Actief deel wìllen
nemen aan die omgeving. Van die stad, jouw stad: Amsterdam.
Er trots op zijn. Op haar verleden.
Vanzelfsprekend wil je er een bijdrage aan geven. Bouwen aan de
stad. Aan relaties tussen mensen. Aan een bruisende gemengde gemeenschap.
En dat weer samen met anderen die er net zo over denken. In een
club die terug gaat tot de 14e eeuw. Die stijf staat van tradities
en tot op de dag van vandaag in z'n eentje verantwoordelijk is
voor een belangrijk deel van de beeldvorming over Amsterdam èn
jaarlijks goed is voor tientallen miljoenen Euro's aan inkomsten
voor de stad: de Schuttersgilden.
En dat terwijl de gilden zelf al meer dan 100 jaar 'in ruste'
zijn.
Vervang de naam Amsterdam door
een willekeurige andere grote stad in Europa, of een klein dorp
met een lange geschiedenis en je krijgt een beeld van wat er in
de rest van Europa wél gebeurt op dit gebied: een bijzonder
actieve schutterswereld met 6.000.000 leden (bron: EGS).
Die hetzelfde gevoel hebben naar hun dorp of stad zoals net is
omschreven. Stuk voor stuk mensen van alle geloven, alle kleuren
en alle leeftijden, die zich inzetten voor anderen en daarbij
zichzelf ook niet vergeten, want samen eten en drinken is één
van de belangrijkste pijlers onder het schutterswezen.
Zondag 12 september 2010:
Hartje Jordaan: stel je de Noordermarkt voor met honderden schutters
uit Nederland. In historische uniformen met vaandels, geweren,
Koningen en Koninginnen, muziek, kruisbogen, herauten, kanonnen,
bielemannen... Ingesloten tussen de Prinsengracht en de Noorderkerk.
Allemaal komen ze eer bewijzen aan de terugkeer van hun beroemdste
collega ooit: het Schuttersgilde van Amsterdam. En dat wordt uitbundig
gevierd door de aanwezige gilden in het weekend waarin eeuwenlang
de Amsterdamse Schutterij haar jaarfeest organiseerde.
Bovendien zal op deze dag ook de eed van trouw aan de Prins (of
Prinses) van Oranje hernieuwd worden.
Zo kán het er over een
jaar uit zien. En zo ziet het er ook uit.
Want de Schutterij is ontwaakt!
Wees getuige van één
van de markantste gebeurtenissen in uw leven:
de wederopstanding van de Schuttersgilden van Amsterdam.
Stichting Schutterij van Amsterdam
Fenny van Wees, Rob van der Meer
Verleden
Al sinds de Middeleeuwen had iedere
weerbare man de plicht een wapen in huis te houden en de lokale
overheid bij te staan in tijden van onraad.
Gedurende de 14e eeuw groepeerden boogschutters zich en ontstonden
de eerste schutterijen. In Amsterdam ontstond zo, ergens in de
14e eeuw, voetboog(kruisboog)schutterij St. Joris.
Ruim een eeuw later ontstond de tweede schutterij, nl. die van
de handboogschutters genaamd 'St. Sebastiaan'.
Redelijk kort daarna, na 1500, ontstond de derde en laatste schutterij:
die van de kloveniers, oftewel de 'geweer'schutterij.
In Amsterdam had elke wijk in
Amsterdam zijn eigen afdeling van de schutterij. De grootte werd
bepaald door het aantal inwoners van de wijk, n.l. 2 per 100.
Het was een hele organisatie en met de introductie van beroepsgilden
werd er vanaf dan ook gesproken over schuttersgilden.
Ieder gilde was in een eigen pand (Doelen) gehuisvest: de Kloveniers
in de Kloveniersdoelen (waar tegenwoordig het Doelenhotel staat),
de handboog- en de voetbooggildes in de respectievelijke Doelen
aan het Singel (tegenwoordig Universiteitsbibliotheek en de twee
panden links daarvan). Hier werd geoefend met wapens en speelde
het sociale leven zich af.
De oude Kloveniersdoelen werden in de zeventiende eeuw al door
de stedelijke magistratuur gebruikt voor ontvangsten en buffetten.
Ook voorname gasten van de stad werden wel ter overnachting in
dit herenlogement gehuisvest.
Dat het niet slechts een ceremonieel
gezelschap was blijkt uit de geschiedschrijving: meerdere keren
zijn de Schuttersgilden door de magistraten ingeschakeld.
Voor het uitvoeren van een vonnis als beul, of het beschermen
van kerken tijdens de beeldenstorm, tot het verdedigen van het
stadhuis op de Dam tegen de Kennemers en Waterlanders. Maar voornamelijk
werden ze toch vooral ingezet voor ordebewaring, nachtwacht, hulp
bij branden etc.
In de loop van de daaropvolgende eeuwen verloren de schutterijen aan belang, kenden verschillende wetswijzigingen die meer of minder gunstig waren voor de stedelijke schutterijen en werden uiteindelijk geheel overbodig met de vorming van het leger en politie. Het einde van de stedelijke schutterijen werd definitief met de Landweerwet van 24 juni 1901, waarbij bepaald werd dat zij in elk geval per 1 augustus 1907 ontbonden moesten worden. De schutterijen op het platteland leefden in die tijd juist weer op.
De heren Jochems en Van Someren-Brand, schutters van het laatste uur, voelden het einde ruim 10 jaar daarvoor al aankomen en besloten de bezittingen en het archief van de Amsterdamse schutterijen in het Schutterij-Museum onder te brengen.
Met de hoop dat ooit....
Heden
(Schutterijen binnen en buiten Amsterdam)
Binnen Amsterdam:
Er is anno 2008 geen actieve schutterij meer in Amsterdam.
Bijzonder is wel dat de Schutterij dagelijks duizenden malen over
de tong gaat in Amsterdam. Is het niet door toeristen bij De Nachtwacht,
dan is het wel tijdens een college Kunstgeschiedenis, in het Amsterdams
Historisch Museum of de souvernirstand op het Muntplein. De erfenis
van de Amsterdamse Schutterijen is blijkbaar één
van Amsterdams grootste bezittingen.
Alleen wordt er niet veel mee
gedaan, want naast schilderijen is er veel meer. Het overig deel
van de collectie van de Amsterdamse Schutterij is opgesplitst
in meerdere parten en is verspreid over drie instituten. De tand
des tijds heeft zich ook doen laten gelden, want een deel van
de collectie, de realia, is verloren gegaan bij een brand in oorlogstijd
op één van de locaties.
De drie instituten zijn het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap
dat zetelt in het Rijksmuseum, het Amsterdamsch Historisch Museum
en het Legermuseum in Delft. Voorzover bekend, vinden er geen
schutterij-gerelateerde activiteiten plaats binnen Amsterdam (zie
ook: Historie).
Buiten Amsterdam:
In vnl. Oost- en Zuid-Nederland, Vlaanderen en Duitsland zijn
in veel grotere en kleinere plaatsen nog de nodige schutterijen
te vinden. Soms een klein clubje liefhebbers, maar meestal een
goed georganiseerde vereniging met honderden of duizenden leden.
Deze verenigingen zijn op hun beurt weer gelieerd aan regionale
Federaties en meestal gelijk een onderdeel van de Europese Gemeenschap
der Historische Schutters. In hun dorpen en steden vormen ze een
essentieel onderdeel van de lokale identiteit en vervullen ze,
naast hun reguliere taken, ook representatieve functies voor de
stads- en dorpsbesturen. Vaak zijn het eeuwenoude schutterijen
met een rijke traditie en een zilverschat in de vorm van koningszilver.
Ook onderling zijn ze sterk aan elkaar verbonden. Zowel lokaal, regionaal als internationaal vinden er veel bezoeken en tegenbezoeken plaats. Dit gebeurt meestal tijdens concoursen, waarbij een gastheer tot wel 40 à 50 andere verenigingen uitnodigt voor vriendschappelijke krachtmetingen op het gebied van muziek, schieten, vendelzwaaien en bijvoorbeeld marcheren. In de steden heten de concoursen Landjuwelen.
In de loop der jaren is de belangstelling voor schutterijen, ook op het platteland, wisselend geweest. Maar de laatste jaren is de belangstelling sterk toegenomen. Zo sterk zelfs dat in de afgelopen decennia vele tientallen, zo niet honderden, schutterijen opnieuw zijn opgericht.
Een verklaring van de oplevende belangstelling wordt misschien wel goed verwoord in het volgende fragment uit de Volkskrant van 3 november 2008:
Historicus Arnoud-Jan Bijsterveld, hoogleraar in Tilburg, stelt dat tradities voorzien in een behoefte aan sociale binding en gemeenschapsgevoel. Dat gevoel vermindert door toegenomen individualisering en de komst van allochtonen met hun eigen gebruiken. Sindsdien zijn we op zoek naar nieuwe dragers van cohesie en naar de grondslagen van een nieuwe identiteit.
Bijsterveld ziet tradities als bindmiddel van de samenleving. Het komende Jaar van de Tradities kan volgens hem de saamhorigheid ten goede komen. Dat verklaart waarschijnlijk waarom het begrip volkscultuur opeens opdook in het regeerakkoord en tot speerpunt is verklaard voor het cultuurbeleid tot 2012.
De media spelen op die belangstelling
voor historie en cultureel erfgoed in en gebruiken 'terug naar
de oorsprong', 'binding met het verleden' en 'volkscultuur' steeds
vaker als thema's in de programmering.
Recente voorbeelden hiervan zijn de programma's OVT Onvoltooid
Verleden Tijd, Andere Tijden en het Verleden Van Nederland.
Op zaterdag 1 november 2008 opende
Koningin Beatrix op Landgoed Zonnestraal in Hilversum het Jaar van de Tradities.
Het startsein van een jaar lang aandacht voor de tradities en
rituelen in Nederland. Tijdens de opening werd de top 100 van
belangrijkste tradities in Nederland bekend gemaakt.
Met op nummer 32: Gilden.
TOEKOMST
Op zondag 16 november 2008 presenteerde
de initiator de eerste versie van de website. Er vond geen groot
feest plaats, want dat is voorbehouden aan volgend jaar, 2010.
Op die dag komen er schutters uit Nederland, Duitsland en België
eer betuigen aan de Amsterdamse schutterij en een voorproefje
geven van hoe het er uit kan zien.
Natuurlijk is de wereldpers aanwezig bij deze historische dag.
Het oprichtingsbestuur krijgt
de zware taak om in ruim een jaar tijd, voor het eerste echte
schuttersfeest op 12 september 2010, het fundament te leggen voor
de Amsterdamse Schutterijen. Voor de verschillende disciplines
worden enthousiaste mensen gezocht. Speciale aandacht krijgen
de jeugd-afdelingen.
Naast de bestuursfuncties een greep uit de overige functies: kapitein,
tamboer majoor, commandanten, vaandrigs, dressuur-meester, wapenmeesters,
bijlmannen, muzikanten, artilleristen en geweerdragers. Daarnaast
is er een bereden afdeling gewenst en een vierspan voor de koningswagen.
Als vervolgens het eerste schuttersfeest
aanvangt zal blijken hoezeer de nieuwe vereniging leeft in Amsterdam,
maar een voorzichtige schatting van 500 actieve leden lijkt reëel
(ter vergelijking: de dichtsbijzijnde schutterij is die van Soest en
telt 1.000 leden). De eerste leden zullen vnl. bestaan uit (oud)
schutters van verenigingen elders in het land. Voor deze groep
is het ontegenzeggelijk een eer deel uit te mogen maken van de
eerste Amsterdamse Schutterij.
Na 5 jaar, als het eerste Landjuweel wordt georganiseerd met duizenden
gasten, staat de teller rond de 1.000 leden. Dit Landjuweel vindt
waarschijnlijk plaats op het Museumplein, aangezien dit het enige
plein is wat voldoende capaciteit heeft alle leden van de Europese
gastverenigingen te kunnen herbergen en alle activiteiten de benodigde
ruimte te geven.
Mettertijd zal het Gilde zich opnieuw een plaats verwerven in het sociale leven in de stad en zijn voorname plaats in de gemeenschap innemen.
Wat biedt de Amsterdamse Schutterij Amsterdam zelf?
1.Een inzetbaar pronkstuk
2.Een vereniging waar iedereen lid van kan worden
3.Met leden die iets voor de stad wil betekenen
4.Met leden die belang hechten aan de historie van hun omgeving
5.Een tastbare binding met het verleden
6.Een visueel spektakel
7.Vrijwilligers
8.Een erewacht
9.Een nieuwe rol als hoofdstad
10.Een toeristische attractie van formaat
11.Visuele geschiedenis
12.Een optocht
13.Een muziekvereniging
14.Drie sportverenigingen
15.Een historische vereniging
16.Een show voor internationale gasten
17.Traditie
18.Inzet
19.Een sociaal netwerk
20.'Hulde brengen' bij belangijke Amsterdamse gebeurtenissen
21.5-Jaarlijks Landjuweel met duizenden schutters uit Europa (toegankelijk
voor toeristen) op het Museumplein
22.Jaarlijks Schuttersfeest met op termijn 1.000 leden (toegankelijk
voor toeristen)
23.Jaarlijkse wapenschouw met op termijn 1.000 leden (toegankelijk
voor toeristen)
24.Wekelijkse openbare oefeningen van vendeliers en tamboers (toegankelijk
voor toeristen)
25.Status
26.Een multiculturele vriendenkring
En de Amsterdamse Schutterij brengt
de stad ook nog een meer aards ding, nl.:
26. Geld in het laatje
.